Catwalk

Het had een paar dagen flink geregend, maar deze zaterdag scheen de zon. Ik maakte met Beau, mijn enthousiaste hond , een heerlijke boswandeling. Plotseling sprintte hij met een razende vaart bij me vandaan. Ik wist genoeg. En ik wist dat ik te laat was. Ik rende achter hem aan en daar stond hij, mijn allerliefste labrador. Middenin een ondiepe modderpoel. Hij keek me triomfantelijk aan. Dat had ie toch maar weer mooi geflikt. De stank die uit de poel omhoogkwam, was niet te harden. Rotte bladeren, schimmels en mossen hadden het water veranderd in een zwarte, olieachtige smurrie. Beau wentelde zich er heerlijk in rond.
‘Wat is ie vies.’ Een hoog, lijzig stemmetje.
Ik draaide me om. Achter mij stond een modieus geklede, jonge vrouw. Een blonde verschijning waarvan je je afvroeg wat ze in hemelsnaam in een natgeregend bos te zoeken had. Ze slaakte hoge kreetjes en bij het uitspreken van het woord ‘vies’ begon ze nerveus met haar handen te wapperen.
‘Oh, nee, doe dat nou niet,’ zei ik nog. Dergelijk gedrag is in de ogen van mijn hond een vrolijke uitnodiging tot spelen. En dan weet Beau het wel. Als een tank in een flinke versnelling vloog hij naar zijn nieuwe vriendinnetje.
Alles wat ik zag, waren haar witte broek en de linnen schoentjes. Beau ging er pal naast staan. Toen schudde hij zich uit. Zwarte druppels en klodders vuil vlogen in het rond. Het arme kind stond aan de grond genageld. De witte broek veranderde in een tijgerprint. Ook heel populair dit seizoen, maar dat zei ik maar niet. Wel vergoedde ik de kosten van een goede stomerij.
Ik liep verder en vroeg me af waarom de jonge vrouw voor een wandeling door het bos gekozen had. De catwalk leek me een betere optie.

Voor de zondagskranten ‘West-Friesland op Zondag’ en ‘Het Groene Hart’ schrijf ik maandelijks een column. Het zijn verzonnen verhaaltjes die met een been in de realiteit staan. Ze zijn geschreven voor een groot publiek. Toegankelijk en meestal met een kwinkslag.

Delen mag natuurlijk altijd