Wild geraas

Wij zijn al wat ouder, maar nog altijd zetten we onze schoen. Geen grotere beloning dan de lach op het gezicht van onze zoon als hij de volgende ochtend zijn sneaker met daarin een melkchocolade S op tafel ziet staan. Ja, wij zetten onze schoen op tafel. We hebben een hond en er mankeert niets aan zijn neus. Zo’n letter is weg voordat je het weet. Geen goedheiligman die dat tegenhoudt.
De eerste letter van mijn naam is dezelfde als die van de goede Sint. Daar is geen haast bij nodig. Eind januari ligt hij nog in de winkel, maar mijn man Theo, och hemel, dat is een heel ander verhaal. De T vliegt de deur uit en omdat ik dit jaar niet weer met de P van papa of de O van opa aan wilde komen, ging ik op tijd naar de banketbakker. We hebben een heel goede bij ons in het dorp, een echt familiebedrijf. Mijn vader en zijn broers kregen vroeger hun gehele naam in chocolade letters en dat wil wat zeggen, want aan roepnamen van één lettergreep deden ze bij ons in de familie niet. Het is een traditie die ik overigens niet overgenomen heb. Mijn Theo kan wel een pepernootje missen, zo gezegd.
Het was me daar een drukte van jewelste in die winkel. In alle soorten en maten vlogen de letters over de toonbank. Ik zag de T voor mijn Theo drie rijen dik in het schap staan en kon dus met een gerust hart mijn beurt afwachten.
Toen het zover was, gaf de bakker me een vette knipoog.
‘Gelukkig heeft de rechter besloten dat we het mogen vieren, mevrouw.’
Nou, daar begon het. De een vond zus en de ander vond zo. Het werd een hels kabaal. Alle klanten bemoeiden zich ermee en in die herrie werd het onmogelijk om elkaar nog te verstaan. En ja, wat doe je dan? Ik zuchtte maar eens diep en legde mijn letters rustig op de toonbank, SST.

Voor de zondagskranten ‘West-Friesland op Zondag’ en ‘Het Groene Hart’ schrijf ik maandelijks een column. Het zijn verzonnen verhaaltjes die met een been in de realiteit staan. Ze zijn geschreven voor een groot publiek. Toegankelijk en meestal met een kwinkslag.

Delen mag natuurlijk altijd