Ultrakort

WORTELKANAAL

‘Geef toch die rode maar.’ Ze neemt het stiftje van de assistente aan en leidt hem het wortelkanaal in. Het is tropisch warm. Het kanaal is lang. Waanzinnig lang. Amsterdam-Rijnkanaal. Er komt geen einde aan. Wilhelminakanaal. Eemskanaal. Noordzeekanaal! Ze duikt onder, voelt een frisse wind als ze weer boven komt. Verder wil ze. Naar open water. Dobberen op de golven. Verfrissing. Vakantie. Eindelijk.
’Eenentwintig millimeter. Wil je de elektrische meter?’
De ongeduldige stem van de assistente. Het geruis van de wind is geen wind. Ventilator. Patiënt onder haar handen. De elektrische meter. Nog even dan. Nog eenentwintig millimeter.

Dit ultra korte verhaal is gepubliceerd in het katern Alice van Schrijven Magazine. 

GEZOND

Ze wilde iets gezonds eten. Dan was ze in zijn groentezaak aan het goede adres. ‘Een pondje tomaten?’
Ze schudde haar hoofd. ‘Daar ben ik allergisch voor.’
‘Komkommer?’
‘Een pure gifbom.’
Hij wees naar het fruit. ‘Een trosje bananen?’
‘Te veel calorieën.’
‘Aardbeien?’
Ze trok een vies gezicht. ‘Zit suiker in.’
‘Een kolfje mais?’
‘Verkeerde proteïnen.’
Hij was het zat. Hij draaide zijn handpalm naar boven en stak zijn hand naar haar uit. ‘Ik denk dat je dit zoekt.’
Ze keek hem verbaasd aan. ‘Je hand is leeg.’
Hij knikte. ‘Dat klopt. Het is lucht. Gebakken lucht. Eet smakelijk.’

VLEES

Mijn slager gaat steeds meer op zijn eigen waar lijken. Een forse varkensneus ontsiert zijn ronde gezicht. Zijn lippen hebben veel weg van twee boven elkaar geplaatste knakworstjes. Zijn oren lijken op varkenskoteletjes en zijn huid is gevlekt als lang gerijpte salami. Zijn wangen hangen erbij als lillende stukken lever en hij heeft een onderkin als een dubbele kipfilet. Zijn slagersjas is te klein en bindt zijn lijf in als een vette rollade. Zijn worstenvingertjes vervullen mij elke keer met afschuw als hij mij mijn wisselgeld geeft. Maar God, wat heeft die man een heerlijke hamlappen.

PRET

In de haven wordt aan de kade gewerkt. Op een brede schuit staat een gele graafmachine. Hij draait, buigt en hapt. In de boog van zijn arm werkt een man in een fel oranje veiligheidsvest. Ineens draait de machine zich, hij hapt de man op en tilt hem omhoog. De werkman ligt in de bak als een zuigeling in zijn wieg. Hij trappelt met zijn benen en kraait van plezier, als een baby die door zijn moeder gekieteld wordt. Dan is het afgelopen. De graafmachine zet de man terug op de grond. Alsof er niets gebeurd is.

FACEBOOKDOCHTER

Mijn dochter heeft een geweldig leven. Ze maakt stedentrips maar Madrid en Lissabon, ze bakt de meest geweldige taarten, ze bezoekt trendy restaurants en hippe foodfestivals, ze organiseert wekelijks een lunch met haar vriendinnen, ze heeft twee buitengewoon grappige katten en niemand kan een avocado zo goed fotograferen als zij. Ze geniet van alles en ziet overal een uitdaging in. Samen met nog 343 anderen volg ik haar op Facebook. We vinden haar allemaal leuk en soms zelfs geweldig. Maar kan iemand me dan uitleggen waarom ze hier huilend en doodongelukkig naast me op de bank zit?

BEZORGSERVICE

De decembermaand is voorbij en mevrouw Van Gelderen maakt de balans op. Ze heeft 17 pakjes aangenomen. Mevrouw Van Gelderen is altijd thuis. Haar benen willen niet meer zo. Ze nam elk pakje vriendelijk in ontvangst. Een kerstpakket voor de buren aan de overkant, een houten doos met wijn voor het jonge stel op nummer 48, iets wat op een boek lijkt voor de familie een paar huizen verderop en zelfs een zak hondenvoer voor nummer 33. Ze had het er maar druk mee. Maar met de  kerstdagen bleef het stil aan de deur. En op nieuwjaarsdag ook.

GOEDKOOP

Ze liep achter een rollator en droeg een versleten jas. Ze leek verdwaald in de trendy lingeriewinkel. Ik stond bij de nachthemden van een duur merk. Ze kwam bij mij staan. ‘Mijn kinderen zeiden: mam, koop nou eens een nieuwe. Dat is voor ons een mooi verjaardagscadeau.’
Ik knikte.
Ze liet haar handen over de stof gaan. ‘Wat kost dat nou, zo’n nachthemd?’
Een verkoopster kwam snel aangelopen. Ze keek bedenkelijk. ‘Mevrouw, daar kunt u de goedkopere vinden.’ Ze legde haar arm op die van de vrouw en dwong haar naar een ander kledingrek. Tegen mij zei ze sorry.

HERFSTBLAD

In het gemeenteplantsoentje voor het huis van meneer Mulder staat een jonge boom. Het is herfst en de blaadjes vallen op de stoep voor Mulders huis. Met elk blad dat valt, groeit zijn ergernis. Na een week kan hij het niet langer verdragen. Hij grijpt naar zijn wapen: de bladblazer. Driftig blaast hij de bladeren naar het gemeenteplantsoen. Het lawaai is oorverdovend.
De wind blaast terug. De volgende ochtend liggen de blaadjes weer op de stoep voor zijn huis. Er is geen beginnen aan, denkt hij. Dat klopt, maar een bezem en stoffer en blik kunnen stille wonderen doen.

Delen mag natuurlijk altijd